• Reeks: Teams als plek en motor voor transitie. Deel 1: Wakker zijn

    Reeks: Teams als plek en motor voor transitie. Deel 1: Wakker zijn

Misschien merk je dat jullie als team bepaalde zaken niet georganiseerd krijgen. Dat niet iedereen betrokken of gemotiveerd is. Dat er conflicten zijn die niet opgelost geraken. Dat je bepaalde belangrijke doelstellingen niet behaald. Dat je steeds weer tegen dezelfde zaken aanloopt. Dat de werkdruk ongezond hoog is en je hier geen perspectieven ziet.

Er zijn twee dimensies die altijd spelen in teams en organisaties:

  • Het welzijn, het relationele weefsel tussen mensen, teams en in de organisatie
  • De structuur, de manier van werken, samenwerken, organiseren

Ze zijn allebei even belangrijk, meer nog, het zijn twee kanten van dezelfde munt. Ze beïnvloeden elkaar en hebben elkaar nodig om te evolueren.

Want ook al maak jij deel uit van een team of organisatie dat de wereld wil veranderen, je beseft dat je als team of organisatie ook moet veranderen en evolueren.

Ik geloof dat alles begint met aandacht en intentie. Ik geloof dat teams een plek zijn waar we dergelijke momenten van gerichte aandacht kunnen bouwen, waarin we diepere inzichten en medestanders kunnen vinden, om daarna gericht en impactvoller te kunnen handelen.

Deel 1:  Wakker zijn als team

Als mens hebben we grosso modo twee geestestoestanden:

  • De reactieve doemodus: waar we in de actie gaan, snel schakelen, verschillende ballen in de lucht houden, van vergadering naar deadline, schakelen tussen werk, gezin en andere engagementen.
  • De proactieve zijnmodus: waarbij we in reflectie gaan, afstand nemen, uitzoomen, het grotere plaatje zien. Voelen hoe het echt met ons gaat.

Als team heb je daad-en beslissingskracht nodig, want dat zorgt voor actie en vooruitgang.

Maar zelfs de slimste acties dreigen uit te doven als je geen ruimte creëert om te reflecteren. Zonder ruimte geen duurzame beweging dus.

Als team tijd nemen om te voelen en vragen te stellen.  Maar waar te beginnen als team? Je kan niet teruggaan en het begin veranderen. Je kan wel starten van waar je bent als team en het vervolg en het slot veranderen. En waar je bent als team is vandaag misschien niet de makkelijkste plek door de impact van corona.

Jullie hebben misschien keihard gewerkt de laatste maanden, of jullie zijn misschien terug aan het opstarten. Jullie zijn misschien elke week opnieuw aan het schakelen, je steeds weer aanpassen aan die veranderende omgeving. Hoe dan ook, de crisis is niet over en er is geen eindpunt. Er waren en zijn nog steeds heel veel emoties. Ik noem er enkele op: angst voor ontslag, onzekerheid over zinvolheid van je job, uitputting, rouwprocessen. Je hebt misschien als team ook de voordelen van zelfregulering geproefd en ben je vandaag bezorgd dat dit terug ingeperkt zal worden.

Heb je als team nog niet de tijd genomen om al deze verschillende belevingen met elkaar te delen dan raad ik je aan om dat nog te doen.

Ons gedrag en binnenwereld (emoties, conditioneringen, hoe we gewired zijn) weerspiegelen grotere patronen. Die tot voor kort het nieuwe normaal waren. Als team kan je proberen die verschillende lagen te zien en er meer werken.

Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld overprikkeling en overbevraging van mensen, teams en organisaties met uitputting tot gevolg. Dat doen we ook met de planeet.

Zo zien we verschillende maatschappelijke problemen waarop nieuwe manieren van kijken ontstaan. Valse verbinding via sociale media en smartphone, monoculturen, ongelijkheid, ik noem er maar enkele. Jullie organisaties willen meeschrijven aan een veranderverhaal. Maar om problemen op macroniveau op te lossen moeten we ons eerst de vraag stellen: hoe gaat het eigenlijk met ons?

Als persoon? Als team? Als organisatie? Als sector? Welke zaken moeten we eerst of ook bij onszelf aanpakken? En hoe kunnen we gelaagd werken?

Als teamleider kan je hier een belangrijke rol in spelen door met je eigen verhaal te starten. 

  1. Vertrek vanuit je eigen persoon. Hoe gaat het met mij (als mens en leider)? En hoe gaat het met jou?
  2. En pas daarna: Hoe gaat het met ons als team?
  3. Van daaruit ga je naar het grotere plaatje. Dat kan snel gaan. Welk verhaal zijn we aan het schrijven? Vanop welke plek in de organisatie? Vanop welke plek in de sector, in de samenleving? Wat willen we doen voor onze planeet?

Bespreek samen vanuit welke laag jullie nu aan het werken zijn. En welke beweging je op dat moment moet maken. Naar boven? Of naar onder?

Een voorbeeld

Een artsenteam in een wijkgezondheidscentrum. Het team zat op zijn tandvlees. Het thema dat kwam bovendrijven was samenhorigheid. We zaten in een cirkel en ik legde een flap op de grond en schreef dat op: samenhorigheid. Ik vroeg aan elk van hen een beeld te zoeken die voor hen samenhorigheid betekende. Je kan tijdschriften gebruiken of iets dergelijks. We zochten samen telkens drie woorden die in de essentie uitdrukten van het verhaal. Daarna koos het team het beeld dat het best representeerde wat ze allemaal voelden. Zo maak je groepsidentiteit tastbaar. Van daaruit ga je bepalen wat je als team te doen hebt. Je bepaalt een doel, een project en zo bouw je verder. Het ging over interpersoonlijke verbinding, maar vooral ook over hun plek in de organisatie, wat ze ervaarden in relatie tot de andere teams. En het ging verder: over hoe ze als centrum ingebed zijn in de wijk. En wat daar speelde. Op 2 uren tijd vat je de koe bij de horens. Je verbind op een persoonlijke manier en gaat op zoek naar hetgeen waarop het team kan verbinden. Waar de gemeenschappelijke beleving zit en wat ze van daaruit te doen hebben, als organisatie, in de sector, in de samenleving of voor de planeet.

Dit is ook interessant voor jou

Aanbod in de kijker